Waarom de Sally-Anne Test zo moeilijk is voor personen met autisme

Jezelf laten testen op autisme

Alvorens de diagnose ASS (autismespectrumstoornis) of autisme in de volksmond gesteld wordt, is er vaak al een hele lijdensweg aan vooraf gegaan. Testen op autisme doe je immers niet zomaar.

Voor personen die zich laten testen geldt vaak dat zij toch al heel wat woelige watertjes doorzwommen hebben thuis, op school, op de werkvloer, … Vaak voelden zij zich een buitenbeentje, maar konden ze niet echt benoemen wat er scheelde. Meestel geven ze te kennen dat ze er niet echt bij hoorden of zich anders voelden dan de rest.

Word je echter via de school doorverwezen, dan komt dit vaak omdat de leerkracht ondervindt dat er zich op bepaalde vlakken problemen stellen. Deze problemen kunnen zowel met sociale omgang als met kennis te maken hebben. Aangezien er nu, veel meer dan vroeger, aandacht is voor autisme wordt een ASS dus ook vaker gedetecteerd.

Autisme testen

Wie zich wenst te laten testen of getest dient te worden, dient doorgedreven testen te ondergaan bij een professional, dat kan zowel bij een (kinder)psychiater, een Centrum voor Ambulante Revalidatie (CAR), als een psycholoog of een lokale professionale organisatie zoals het DIASS (Diagnosecentrum voor autismespectrumstoornissen) in Roeslare. Bij een mutidisciplinair, doch autismespecifiek onderzoek, dient er al een vermoeden van autisme te zijn.

De basis autisme test (AQ-test), waarmee het vermoeden van een ASS kan bevestigd worden, kan ook afgenomen worden door een autismecoach. Deze test is een snelle, handige test om te zien of er reden is voor verder onderzoek.

Diepgaande multidisciplinaire testen

In functie van de arts, psycholoog of andere gemachtigde professional bij wie je terecht komt, worden er specifieke testen afgenomen.

Het onderzoek is niet alleen diagnostisch, maar ook interdisciplinair. Dit houdt in dat men gaat testen op:

  • vragen/problemen waarmee u zich aanmeldt (= het luik anamnese)

  • het psychologisch luik

  • het medisch-psychiatrisch luik

Het ASS-onderzoek is tevens differentieel-diagnostisch. Dat wil zeggen dat men ook andere zaken zal onderzoeken, zoals bijvoorbeeld ADHD, een verstandelijke beperking, een persoonlijkheidsstoornis, enzovoort.

Alvorens men kan bevestigen dat u een ASS heeft, dient men immers een hele hoop andere aandoeningen of stoornissen uit te sluiten.

De Sally-Anne test

Originele Sally-Anne tekening zoals gebruikt door Baron-Cohen, Leslie en Frith in 1985.

Originele Sally-Anne tekening zoals gebruikt door Baron-Cohen, Leslie en Frith in 1985.

Een van de testen die aan bod komt is de Sally-Anne test. Dit heeft alles te maken met de Theory of Mind, het zich kunnen verplaatsen in iemand anders, inzicht hebben in wat iemand anders denkt of voelt.

Sally en Anne zijn twee poppen die de hoofdrol spelen in een neuropsychologisch experiment dat is ontworpen door de onderzoekers Wimmer en Perner. Op Wikipedia vindt u hier meer over.

Deze test kan worden afgenomen bij 4/5/6-jarigen. Dat is de leeftijd waarop zij immers al voldoende inzicht moeten hebben in wat er zich in het hoofd van een van de poppen afspeelt. Sommige kinderen kunnen dit nog niet op 4-jarige leeftijd, maar eens zij de leeftijd van 6 jaar bereikt hebben, zou dit zeker moeten lukken.

Voor kinderen met autisme weken de resultaten van de test echter af. De test die onderzoekster Uta Frith nadien uitvoerde met levende acteurs toonde aan dat 11-jarige kinderen met autisme zich niet in de gedachtengang van Sally konden verplaatsen en bijgevolg de verkeerde locatie aanduidden.

Om de test uit te voeren, kan men zowel een knikker als een bal gebruiken.

Mensen met autisme en de Sally-Anne test

Dat mensen met autisme wel eens moeite hebben met het goed oplossen van deze test, heb ik hierboven al vermeld. Waar men echter weinig tot geen info over vindt, is de manier van redeneren die sommige personen met een ASS aan de dag leggen.

Bij hen gaat het immers niet alleen over “in welk mandje of doos de knikker of de bal ligt”, maar wordt er verder doorgeredeneerd. Bij hen komen zaken aan bod zoals:

  • Mag ik in beide, dus zowel het mandje als de doos, kijken?

  • Wie zegt mij of het mandje privé is of niet en óf ik er dus mag gaan in kijken?

  • Wie garandeert mij dat alles op de tekening staat en Sally dus al niet een keertje binnen is geweest? Bijvoorbeeld net op het ogenblik dat Anne de bal of knikker verplaatste?

  • Hoeveel tijd is Sally buiten geweest?

Zoals je merkt, redeneren bepaalde mensen met autisme die al een bepaalde leeftijd hebben harder dóór, in plaats van gewoon de tekening te bekijken en hun antwoord hierop te formuleren.

Persoonlijk vind ik dan ook dat volgende vragen zeker eens mogen gesteld worden:

  • Tot welke leeftijd laat je iemand met autisme deze test maken, rekening houdend met hun IQ?

  • Moet er een aangepaste versie komen voor kinderen met een hoger IQ, waarbij je extra info verschaft zoals bijvoorbeeld: Sally is ondertussen niet teruggekeerd, de dozen zijn niet privé, …

  • Kan je ervan uitgaan dat personen met een ASS extra inzicht zouden hebben indien zij meer informatie zouden krijgen?

Misschien wordt het hoog tijd voor een debat tussen wetenschappers/onderzoekers en personen met een ASS.

Wie ooit deze test kreeg voorgeschoteld, mag mij altijd laten weten of hij/zij ook extra vragen had. Dit zou handig en interessant zijn om te weten.

Groetjes
Karine

Vorige
Vorige

Hoe leert mijn kind met autisme een boekbespreking maken?

Volgende
Volgende

Stress en spanning voor school bij kinderen met autisme